Wageningen

'De zwarte lucht deed ons terugdeinzen en besluiten liever met de diligence verder te gaan', deelt Van Lennep ons mee. Geert Mak beschrijft beeldend het hotsende en botsende transport in die dagen...

Diligences waren in tegenstelling tot de trekschuit een elitevervoermiddel. Voor de gewone man waren ze erg duur, meestal te duur. Vanuit Groningen kostte de zes uur durende reis per diligence naar Leeuwarden bijvoorbeeld f 3,60. Een enkeltje Amsterdam kostte f 8,50. Het dagloon van een arbeider lag ergens tussen f 0,50 en f 1.-.

Bovendien was het reizen in een diligence vaak allesbehalve een pretje. In 1815 lag er in Nederland minder dan vijfhonderd kilometer normale straatweg. In Limburg en de vier noordelijke provincies ontbrak zelfs iedere verharde weg. Het was een voortdurend hotsen en dansen door kuilen en karresporen, om van de modder maar te zwijgen.

De diligences probeerden deze hindernissen te nemen door zoveel mogelijk vaart te houden. Zelfs 's nachts werd er zo hard mogelijk gereden, met alle ricico's van dien - botsingen, asbreuken, omslaan van de wagen, op hol slaande paarden. Op de wisselplaatsen was het vier en twintig uur per dag druk. Met veel geraas en bravoure kwamen de koetsiers - vaak dronken - aanstuiven, want snelheid was een zaak van prestige. Maar die vaart was uitzonderlijk in deze zo tijdsloze tijd.

 Beeld- en geluidsarchief...